Indeling en Overzicht


Indeling en overzicht, De belangrijkste documenten,
Verband tussen de hoofdstukken, Fotogalerij.


INDELING EN OVERZICHT
In de loop van het jaar 1858 kwamen Frans Gerrits Kramer en Siebrigje Brandsma te wonen op de boerderij van Kubaard, op Kramershoek, zoals deze boerderij in de familie het meest algemeen genoemd wordt. Frans Kramer en Siebrigje Brandsma vormen de stam, waaraan negen, eigenlijk tien, takken kwamen: Betsie, Hendrik, Apollonia, Johanna, Gerrit, Dirk, Klaske, Mebius en Pietje . Een van hun kinderen, ook Gerrit gedoopt, is heel jong overleden.
Ik raad de lezer aan zich deze negen namen goed in te prenten. Onder de lezers van deze kroniek zullen er velen zijn, die via een van hen afstammen van Frans Kramer en Siebrigje Brandsma. Zes van hun nakomelingen hen behoorden in 1997 tijdens de eerste grote reunie nog tot de eigen kinderen van deze negen: het waren  Sieb van Dirk Kramer; Nellie van Klaske Kramer; Sieb en Nini van Mebius Kramer; en Dirk en Mieke van Pietje Kramer. Nu in 2005 leeft Nellie nog, 93 jaar en zij  is goed gezond, en ook Nini, 90 jaar, eveneens goed gezond, zeker gezien hun leeftijd.
Hoe groot het aantal is dat tot de kleinkinderen, achterkleinkinderen en achterachter- kleinkinderen van de negen kinderen van Frans Kramer en Siebrigje behoren valt  moeilijk te zeggen. Het zijn er vele honderden, zelfs meerdere duizenden. In 1997 werden negenhonderd uitnodigingen, boven de 18 jaar, verzonden. Over hen schrijf ik níét, deze kroniek wordt juist vóór hen samengesteld en geschreven.
Ik kan mij voorstellen dat menigeen uit de laatste generaties helemaal niet weet tot welke tak van de boom hij of zij uiteindelijk behoort, wie met andere woorden hun (bet)over-grootvader of -moeder Kramer is. Een tweede raad luidt dan ook: probeer dit zo spoedig mogelijk binnen je eigen familie te weten te komen. Let op de nadere bijzonderheden, die ik even verder in het kort over de negen zonen en dochters geef. Deze geven vast en zeker meer houvast om te achterhalen of  – en tot welke stam je eventueel behoort, en hoe de relaties liggen. Voornamen zeiden vroeger heel veel. Het overkwam mij laatst in Bolsward dat ik in de Boekhandel  stond om een krant te reserveren, waarvoor ik mijn naam moest noemen. ”Hé, zo heet ik ook” zei een dame, blijkbaar trots Galema te heten. Ik vroeg haar,  mij een paar voornamen van haar directe voorouders te noemen. Het was mij onmiddellijk duidelijk, dat en hoe wij familie van elkaar waren. Ik maak hierdoor in Friesland gemakkelijk contacten. Dat is leuk. 15 Jaar geleden – een andere anekdote- had ik een studente bij mij op kamers met de naam Galema. Sterker nog ; ik gaf aan haar ook les aan een HBO instelling. Wij wisten niet dat wij familie van elkaar waren, omdat voornamen mij toen nog niets zeiden.

De beide eerste hoofdstukken gaan over de wortels van onze stamouders Frans Kramer en Siebrigje Brandsma, over de Kramers en de Brandsma’s in het verdere verleden. Deze wortels kunnen we duidelijk nagaan tot ongeveer het jaar 1750. Ik bedoel hiermee te zeggen dat we tot die tijd ons nog enigszins een voorstelling van onze voorouders kunnen vormen en niet alleen weten dat ze geleefd moeten hebben.
Ik merk verder op: dit is een familiekroniek. Het gaat niet alleen om namen en data, en ook niet in de eerste plaats om foto’s. Het beeld en de voorstelling, die  we ons nog kunnen vormen van de ‘voorouders’ van Frans Kramer en Siebrigje Brandsma berust niet op verslagen van ooggetuigen en op herinneringen van familieleden die hen nog persoonlijk gekend hebben, zoals dat gelukkig nog wel enigszins het geval is met hetgeen we weten over Frans Kramer en Siebrigje Brandsma zelf, en zeker met hun kinderen.

DE BELANGRIJKSTE DOCUMENTEN
De beide eerste hoofdstukken berusten bijna uitsluitend op geschreven documenten, waaronder testamenten en boedelbeschrijvingen, verdelingen van nalatenschappen en koopacten van huizen of boerderijen. Maar er is ook nog iets heel bijzonders bewaard gebleven. Dat is op de eerste plaats een ‘ijzeren kistje’ op Kubaard, en op de tweede plaats een ‘dagboek’, eigenlijk een almanak, dat lange tijd ergens rondgezworven heeft. Het is bijna een wonder dat dit allemaal bewaard is gebleven.
Het ijzeren kistje bevat naast een aantal acten een vrij groot aantal brieven uit 1846-1848 en uit 1865-1866, en nog enkele brieven van rond 1900 De almanak met dagboek dateert van 1856 en is eigenhandig een jaar lang iedere dag bijgehouden door Frans Kramers vader Gerrit Klazes Kramer.
Frans moet het kistje op zolder hebben gezet in Kubaard en heeft het daar laten staan, en het volgens mij zeker niet vergeten toen hij verhuisde naar het It Heechhout in Bolsward. Het is daar 150 jaar blijven staan, totdat Ysbrand Kramer, ‘kleinzoon’ van Frans het tijdens de laatste jaren van zijn leven ontdekte en openmaakte en zag dat er wat bijzonders in zat. En dat heeft Ysbrand Kramer, ‘achterkleinzoon’ van Frans en de huidige bewoner van Kubaard, toen goed gezien.
Met het dagboek is het anders gegaan. Het is via de stiefzoon van een dochter van Klaske, Sybolt van der Werf, in het bezit gekomen van Kees Witteveen te Roosendaal, die verwant is aan de familie Van der Werf en die aanvankelijk niet wist wie het geschreven had, omdat de naam van Gerrit Klazes Kramer er niet in staat. Kees Witteveeen heeft dit dagboek belangeloos aan mij voor de familie Kramer afgestaan.
Ontcijfering van de brieven viel heel erg mee, ze maken duidelijk, waarom Frans Kramer ze heeft bewaard. De schrijver van de brieven uit 1846-1848 was een neef(je) van Frans, uit Leeuwarden, enkele jaren ouder dan hij zelf. Deze neef schreef enkele jaren lang brieven naar zijn ouders te Leeuwarden vanuit een internaat met school in Elten, over de grens bij Arnhem in Duitsland. Voordat hij zijn studie daar voltooide is hij reeds overleden. De brieven uit 1865-1866 zijn geschreven door de kinderen van een nicht van Frans. Toen deze nicht overleed vertrok haar man naar het toenmalige Nederlands Oost-Indië voor de ontwikkeling van het Stoomwezen. De kinderen werden in Leeuwarden grootgebracht door een oudtante, de moeder van de genoemde jong overleden neef. Toen ze groot waren gingen de kinderen naar hun vader in Indië en ze schreven over de avontuurlijke, negen maanden durende, zeereis per zeilschip naar Soerabaja en over het verblijf in Indië.
Deze brieven zijn door Frans waarschijnlijk niet alleen bewaard omdat ze zeer bijzondere verhalen bevatten voor die tijd. Het voortijdig overlijden van de neef en het vertrek van de kinderen van zijn ook jong overleden nicht naar Nederlands Oost-Indië hebben tot gevolg gehad dat Frans de enige erfgenaam werd van de boerderij van Kubaard. Ik kan mij voorstellen dat hij de brieven uit piëteit heeft willen bewaren. Tegelijkertijd vertellen deze brieven ons nu iets over familieleden, die niemand van ons meer persoonlijk gekend heeft.
Ontcijfering van het dagboek was lastiger. Allereerst moest ontdekt worden wie het geschreven had. Kees Witteveen, die het dagboek had gekregen, liet het aan Michiel Galama uit Groningen zien en deze ontdekte aan de hand van in het dagboek voorkomende namen (!), dat de auteur van het dagboek Gerrit Klazes Kramer moest zijn. Het dagboek is met potlood geschreven. Bij het lezen en de ontcijfering van de gehele tekst ben ik reusachtig geholpen door Durk van der Zweep.
Het dagboek helpt ons een idee te vormen enerzijds van de persoon van Gerrit Klazes Kramer,   en van zijn eerste en tweede vrouw, van hun directe familieleden en verwanten, en anderzijds van Hendrik Mebius Brandsma (de vader van onze stammoeder Siebrigje), en van zijn vrouw, maar vooral van hun verwanten, die veelvuldig in het dagboek genoemd worden.

Op deze manier heb ik een vrij levendige voorstelling gekregen van een tijd, die niemand van ons heeft meegemaakt en van mensen in een tijd, die niemand van ons gekend heeft. Het ging soms zover dat ik hen in mijn dromen voor mij zag. Als ik overdag foto’s uit die tijd had gezien, kleedde ik hen aan in deze kleren. Ik hoop iets van deze indrukken over te brengen.

Alle gegevens zijn zoveel mogelijk bijgewerkt tot Juli 2005

VERBAND TUSSEN DE HOOFDSTUKKEN
Ik laat nu het verband zien tussen de 12 hoofdstukken van deze kroniek en geef ze letterlijk een gezicht.
Ik begin met een schema betreffende de hoofdpersonen in deze kroniek, met opgave van de hoofdstukken.


De beide wortels van onze familie :
Gerrit Klazes Kramer (1) en Hendrik Mebius Brandsma (2)

De s tam :
Frans Kramer x Siebrigje Brandsma (3)

De takken :
Betsie (H4) Hendrik (H5) Apollonia (H6) Johanna (H7) Gerrit (H8)
Dirk (H9) Klaske (H10) Mebius (H11) Pietje (H12)


Alle 9 zonen en dochters van Frans Kramer en Siebrigje Brandsma waren getrouwd. Ik geef hier hun namen en de namen van hun echtgenoten. Ik voeg tevens de naam en de plaats van de boerderij toe waar zij woonden, of de naam en de plaats van hun beroep of bedrijf. Hieraan zal menige lezer de tak herkennen waartoe hij of zij behoort.


Betsie en Ysbrand Galema – Half Hichtum te Bolsward
Hendrik en Trude Hettinga , 2e Tsjitske Dijkstra – Fokkemaoord te Gaast
Apollonia en Bauke van der Meer – De Grote Klaver te Bolsward
Johanna en Joannes Tiel Groenestege – Ten Broeke te Steenwijkerwold.
Gerrit en Gesine Harbers – huisarts te Elst
Dirk en Akke Galama – Kramershoek te Kubaard
Klaske en Dorus Ferwerda – boerderij Lutjelollum te Lutjelollum
Mebius en Elisabeth Galama , 2e Nellie Albada Jelgersma – Oldeclooster te Hartwerd
Pietje en Gerard van der Werf , 2e Agnes Hesselman – ’t Houtstek te Bolsward


                                                       

FOTOGALERIJ

De wortels en de stam.

Frans Gerrits Kramer

Gerrit Klazes Kramer

Hendrik Mebius Brandsma

Siebrigje Hendriks Brandsma

 

De  negen kinderen van Frans Kramer en Siebrigje Brandsma.

Betsie

Hendrik

Apollonia

 

Johanna

Gerrit

Dirk

Klaske

Mebius

Pietje

 

 

 


KRAMERKRONIEK 2005:
*U bevindt zich op ‘Indeling en Overzicht’*
Gebruik, Inhoud, Voorwoord, Indeling en Overzicht.
Gerrit Klazes Kramer en Hendrik Mebius Brandsma
Frans Kramer en Siebrigje Brandsma
Betsie, Hendrik, Apollonia, Johanna, Gerrit, Dirk, Klaske, Mebius, Pietje.
Register.